PINK FLOYD BIOGRAFIE

6 januari 2019

PINK FLOYD BIOGRAFIE

De wortels van de band lagen in Cambridge. Roger Keith ‘ Syd ‘ Barrett (gitaar, zang) en Roger Waters (bas) leefden een paar honderd meter van elkaar. Allebei die hun vaders hebben verloren op een vroege leeftijd, vonden elkaar snel en, naar mate zij opgroeiden maakten zij deel uit van een groep vrienden, inclusief gitarist David Gilmour en de toekomstige hoesontwerper Storm Thorgerson. Barrett verhuisde in 1964 naar Londen om aan de Kunst Academie te Camberwell te gaan studeren, terwijl Waters naar Regent Street Polytechnic architectuur gingen studeren. Het was daar dat hij Nick Mason (drums) en Rick Wright (keyboard) ontmoette en een band werd gevormd.

Nick Mason speelde eerst in de schoolband “The Hotrods” tot hij naar de Regent Street Polytechnic architectuur ging.
The Abdabs (a.k.a. The Architectural Abdabs, The Screaming Abdabs) met Roger Waters (leadgitaar), Rick Wright (ritmische gitaar), Nick Mason (drums), Clive Metcalfe (basgitaar), en Keith Noble & Juliette Gale (vocals), speelden rhythm & blues onder diverse namen (Sigma 6, The T-Set, The Meggadeaths, en de Abdabs variaties hierboven genoemd) tijdens het management van Ken Chapman, die ook wat materiaal voor de band schreef.
Metcalfe, Noble, and Gale verlieten de band rond de tijd dat Wright met Gale trouwde. Op dat moment sloten Barrett en, een andere polystudent, Bob Klose aan bij het trio. Met Barrett die de band loodste, werd de naam Pink Floyd verleend van twee van zijn favoriete bluesartiesten – Pink Anderson en Floyd Council. The Pink Floyd Sound, zoals zij aanvankelijk heetten, was geboren. Met de komst van die twee switchte Roger Waters naar basgitaar en Richard Wright naar keyboards en orgel. Metcalfe keerde terug naar zijn artistieke roots als goudsmid en schilder en als leraar aan de Sir John Cass School of Art.

Bob Klose (geboren 1945, soms verwezen als Bob Close of Brian Close in diverse publicaties) was één van de eerste leden van Pink Floyd, en speelde leadgitaar , nochtans verliet hij de band alvorens zij een plaat opnamen (waarschijnlijk exclusief de eerste songs “Lucy Leave” en “I’m A King Bee”.) Klose was meer geinteresseerd in jazz en blues dan de psychedelica en pop van Barrett en verliet de band in 1965, kort na het toetreden. Barrett speelde leadgitaar, leadvocals, en het grootste deel van het songwriting, terwijl Klose het beroep als fotograaf ging uitoefenen. Chris Dennis was de eerste lead zanger onder Pink Floyd toen zij eind 1965 hun debuut optreden in London hadden in de Countdown Club. Hun eerste optreden in London in 1966 was in de Goings On Club op 9 januari van dat jaar. Zij speelden covers als “Louie Louie”, “Road Runner” en “I’m A King Bee” voor een kleinschalig publiek. In diezelfde periode speelde David Gilmour guitaar bij de band Jokers Wild.

In februari 1966 begon de Amerikaanse organisator Steve Stollman een serie evenementen te promoten voor de Londonse Marquee Club onder de noemer “Spontaneous Underground”. Maart van dat jaar contracteerde hij Pink Floyd, maar Pink Floyd besefte dat zij eigenlijk niet genoeg materiaal hadden om de volledige tijd die in het contract stond, vol te maken. Hier werden de uitgerekte improvisaties en muzikale experimenten van de band geboren.

Op 15 oktober 1966 speelde Pink Floyd (en The Soft Machine) in The Roundhouse, waar ruim 2000 toeschouwers (waaronder Paul McCartney) getuige waren van een uitgerekte drumsolo van Nick Mason tijdens Interstellar Overdrive, en er zoveel power werd gegeven dat de stroomvoorziening dit niet aan kon. In dezelfde periode tekenden ze een contract met Peter Jenner en zijn vriend Andrew King een partnerschap in Blackhill Enterprices. Op 23 december 1966 waren zij de “huis band” van Joe Boyd’s UFO Club. Syd Barrett begon daar met het toevoegen van echo-effecten op guitaar (Interstellar Overdrive)
Begin 1967 stapte Pink Floyd voor het eerst de studio in (Elektra Records) om twee, door Syd Barrett geschreven, songs op te nemen, t.w. Arnold Layne en Let’s Roll Another One (later hertiteld als Candy and A Currant Bun). Arnold Layne werd uiteindelijk hun eerste single.

Op 13 november 1967 trad Pink Floyd voor het eerst op in Nederland (daarvoor waren er wel al op 29 april opnames gemaakt voor het Vara programma Fanclub). Het Nederlandse concert debuut was eigenlijk gepland op 11 juni (Vlissingen en Terneuzen), maar was verplaatst naar 17 februari 1968.
Eind 1967 begon Pink Floyd te werken met vloeistof projecties en licht (All Saints Hall in Nothing Hill) en met de covers was het helemaal gedaan. De enigmatische, maar zwaar aan de psychedelica geraakte Barrett bleek een gouden pen te bezitten, want na Arnold Layne schreef hij een tweede succes single: See Emily Play. In 1967 verscheen de debuut-LP Piper At The Gates Of Dawn, naar een hoofdstuk uit Kingsley’s The Wind In The Willows.

Het succes werd de geestelijk instabiele Barrett spoedig te veel. Excessief LSD – gebruik had hem tot een vaak zeer afwezige partner gemaakt, waarop de band niet meer voor de volle 100% kon rekenen. Optredens dreigden een fiasco te worden, daar Syd soms gewoon voor zich uit staarde en geen noot ten gehore bracht. Ook tijdens een televisie interview in Amerika (wat in feite voor promotie voor Pink Floyd aldaar moest zorgen) dreigde door zijn afwezige houding op niets uit te lopen. De anderen zagen zich genoodzaakt hem de wacht aan te zeggen. Begin 1968 werd David Gilmour aangetrokken als extra gitarist en nog geen twee maanden later, was Syd definitief ex-Pink Floyd lid, toen ze hem op weg naar een optreden toch maar niet hebben opgehaald. Na twee onevenwichtige, maar tamelijk unieke soloplaten verdween hij definitief van het toneel. Een trieste afloop van een zo veelbelovend begonnen carrière. Barretts invloed op de muziek van Pink Floyd is echter tot op vandaag de dag merkbaar.

Voorlopig blijft de psychedelische rock nog het muzikale idioom, maar geleidelijk aan tekent zich een kentering af. Op het dubbelalbum Ummagumma krijgt elk bandlid een halve plaatkant ter beschikking om naar hartelust te experimenteren, waarbij Roger Waters met zijn persoonlijke werk de anderen moeiteloos overtreft. Waters is dan de nieuwe creatieve spil waarom de groep draait en zijn dominerende rol lijkt zich per album scherper af te tekenen. Steen voor steen wordt gebouwd aan de muur die de band steeds meer zal scheiden van het publiek. De anonieme moloch wordt in de steigers gezet.

In 1969 had de band ook hun eerste “concept” concertreeks met The Man & The Journey, die ze ook in het Concertgebouw te Amsterdam opvoerden en een perfecte opname als bootleg in omloop is.
De concerten worden opzienbarender en beginnen een onlosmakelijk deel van het Floyd – gebeuren te worden. Zo verrijst tijdens een openluchtshow plotseling een gigantische, opblaasbare octopus uit het voor het podium liggend meer en bezorgt menig pillenslikker een badtrip. Waters’ aanvankelijk nog beperkte kwaliteiten als songschrijver maken een snelle ontwikkeling door. De composities worden langer, symfonischer maar opmerkelijk genoeg ook toegankelijker. Haar geavanceerde geluidsapparatuur stelt de band in staat haar platen live vrijwel rimpelloos te reproduceren.

Het systeem begint vaste vorm aan te nemen. De machine komt langzaam puffend op gang. In 1973 verschijnt Dark Side Of The Moon, Floyds magnum opus en een van de best verkopende rockalbums aller tijden. Tekstueel wordt de negatieve zijde van het rocksterrenbestaan belicht aan de hand van begrippen als commercie (Money), tijdsdruk (Time) en krankzinnigheid (Brain Damage). Naast een evidente link met Barrett verwijst de plaat ook naar de belevingswereld van de bandleden zelf. Geluidstechnisch vormt het briljant geproduceerde werkstuk (naast de Floyd-leden zelf had engineer Alan Parsons een forse vinger in de pap) een auditieve natte droom voor elke geluidsfreak. Het beoogde doel is bereikt. Pink Floyd is een wereldband met een miljoenenomzet, die haar definitieve stijl heeft gevonden. Waters zal later verklaren dat de band toen eigenlijk had moeten stoppen omdat het uiterste bereikt was en de vier individuen als groep geen bestaansrecht meer hadden. Waarschijnlijk had hij daar gelijk in. De mythe zou in elk geval perfect zijn geweest, maar de realiteit is anders. Niets is zo verslavend als succes en je laat een pas aangeboorde goudmijn niet door derden exploiteren. Men gaat op de ingeslagen weg door. Alleen moet alles nog grootser en nog indrukwekkender. Waar bij andere licht shows de musici zelf in de spotlights worden gezet, staan ze bij de Floyd in het donker. Het lijkt erop dat het voor de vier niet eens meer noodzakelijk is om het podium te beklimmen en eigenlijk zou kunnen worden volstaan met het draaien van een tape. Pink Floyd is een begrip geworden maar ook een kille rockdinosaurus die het contact met publiek en pers mijdt en verstrikt is geraakt in haar eigen ontwikkelingsdrang.

Twee jaar later verschijnt Wish You Were Here, beslist geen slechte plaat, opgedragen aan Syd Barrett, aan wie zowel in het titelnummer als in Shine On You Crazy Diamond expliciet wordt gerefereerd: ‘You were caught on the crossfire of childhood and stardom, blown on the steel breeze/ Come on you target for faraway laughter, come on you stranger, you legend, you martyr, and shine!’ Daarnaast keert de thematiek van Dark Side Of The Moon terug, met name in nummers als Welcome To The Machine en Have A Cigar: ‘It’s a helluva start, it could be made into a monster if we all pull together as a team…’ Ironisch genoeg geldt dit in hoge mate voor de Floyd zelf. Waters, die in zijn teksten een notoircynisme koppelt aan een voorkeur voor het bizarre, begint steeds nadrukkelijker zijn persoonlijke thematiek aan te spreken.

 

De toon wordt op de volgende albums, vanaf Animals, venijniger en paradoxaal genoeg verwordt het kwartet tot een microversie van de boosaardige buitenwereld, die in meer en meer zwartgallige bewoordingen wordt beschreven. Op het pretentieuze dubbelalbum The Wall doorspekt Waters dit wereldbeeld met allerlei autobiografische elementen. Het lijkt alsof de muziek voor hem een soort persoonlijke loutering betekent. De donkere wereld die hij schetst, vertoont raakvlakken met de sombere profetieën van een meer en meer geautomatiseerde en van bovenaf gestuurde samenleving, zoals die zijn beschreven in boeken van Aldous Huxley (Brave New World) en George Orwell (Animal Farm, Nineteen Eighty-Folu). De muur die tijdens de optredens op het podium wordt opgetrokken symboliseert heel treffend de koele distantie tussen het ongrijpbare instituut Pink Floyd en het publiek; van vlees en bloed. Waters is zich daar terdege van bewust en de Wall-tournee breekt hem danig op.

Het aan zijn in de Tweede Wereldoorlog gesneuvelde vader opgedragen The Final Cut, waarvan boze tongen beweren dat het restmateriaal van The Wall is, blijkt dan ook de zwanezang van Pink Floyd II te zijn. Zijn collega’s laten het meeste werk aan hem over (Wright is dan al vervangen door sessie-toetsenist en orkest-arrangeur Michael Kamen), zodat we in feite kunnen spreken van een soloalbum van Waters. Er lijkt een einde te zijn gekomen aan een langlopende successtory en hoewel het niet officieel bevestigd wordt, gaan velen ervan uit dat de groep ontbonden is. Waters slaat met The Pros And Cons Of Hitch Hiking voortaan zijn eigen soloweg in. Hierop blijkt dat zijn compositorisch talent beperkt is: de songs liggen in het verlengde van het Floyd-werk, ook al wordt hij in zijn teksten steeds persoonlijker. De rest van het verhaal mag bekend worden geacht. Wright voegt zich weer bij zijn oude kameraden en de drie gaan zonder Waters onder de oude naam verder. De rechtszaak die Waters uit principiële over wegingen tegen de rest aanspant, verliest hij, al zal hij er financieel niet slechter op zijn geworden.

En toen waren er dus nog drie… Onder de supervisie van Gilmour wordt A Momentary Lapse Of Reason vervaardigd, geheel volgens het beproefde Floyd-recept. De nieuwe leidsman probeert zelfs de vocale frasering van zijn voorganger te imiteren. Het werk mist echter, afgezien van Gilmours verdienstelijke gitaarwerk, alle diepgang, maar wordt desondanks goed verkocht en de daarop volgende wereldtournee is een onverwacht groot succes. In 1994 verscheen een tweede proeve van bekwaamheid van ons edele drietal, The Division Bell, evenals haar voorganger een schablone-achtig produkt, dat-alle slechte kritieken ten spijt-overal als zoete broodjes over de toonbank gaat. Tekstueel is hier niet meer zoals voorheen sprake van een duidelijk leitmotiv en ook is Gilmours schrijfstijl minder persoonlijk en soms zelfs uitgesproken anoniem. Uit zonderingen zijn Poles Apart, dat wederom over Barrett lijkt te gaan (‘Why did we tell you then you were always the golden boy then/And that you’d never lose that light in your eyes’), A Great Day For Freedom over de val van de Berlijnse muur en het nostalgische High Hopes. Wat opvalt is dat Gilmours teksten op een enkele uitzondering na in samenwerking met anderen zijn geschreven, alsof hij twijfelt aan zijn eigen capaciteiten. In elk geval moet hij het hier afleggen tegen Waters. Het overweldigende schouwspel is omvangrijker dan de vorige keer maar biedt ook meer van hetzelfde.De PULSE toer die op het album volgde was het laatste wapenfeit van de band in de vorige eeuw.

Rond Pink Floyd werd het stil terwijl Roger Waters tussen 1999 en 2002 met zijn In The Flesh Tour over de wereld trok (waarbij in 2002 ook in AHOY Rotterdam).

Elf jaar hebben de fans moeten wachten, altijd blijven hopen dat Pink Floyd weer eens ging optreden, maar in 2005 was het dan zover. Bob Geldof zette het project “Live 8” op poten en kreeg het zelfs voor elkaar om Pink Floyd inclusief Roger Waters op het podium te krijgen. Na 24 jaar ( The Wall Tour 1980-1981 was het laatste voltallige optreden van de band) is Pink Floyd herenigd om op 2 juli 2005 in het Hyde Park te London, mee te werken aan Live 8. Ze spelen daar “Breathe”, “Money”, Wish You Were Here” en “Comfortably Numb”.

Op 16 november 2005 werd Pink Floyd opgenomen in de “UK Music Hall Of Fame” en spijtig genoeg waren alleen David Gilmour en Nick Mason aanwezig tijdens de uitreiking van de awards Richard Wright was verhinderd vanwege een oog operatie en Roger Waters was in Rome om aldaar zijn opera Ca Ira voor te bereiden), dus helaas geen optreden van Pink Floyd op die avond.
Daarna gingen zowel Gilmour als Waters verder met hun solo carrieres, tussen 2006 en 2013. In 2006 ging David Gilmour met zijn On An Island Tour op stap (waarbij 2 avonden in de Heiniken Music Hall) terwijl Roger Waters tussen 2006 en 2008 toerde met The Dark Side Of The Moon.

Op 7 juli 2006, de avond dat Roger Waters zijn Dark Side Of The Moon in AHOY Rotterdam opvoerde, stierf Syd Barrett op 60 jarige leeftijd in het Cambridge Hospital. Op 10 mei 2007 was er een Barrett Tribute Concert in The Barbican, waar Gilmour, Mason en Wright het concert sloten met Arnold Layne. Waters vergezelde hun niet en bracht zijn tribute solo.
Op 22 mei 2008 ontving David Gilmour in het Grosvenor Hotel te London een “Ivor Novello Award” voor zijn “Lifetime Contribution to British Music”.

Op 26 augustus 2008 reisden Roger Waters en Nick Mason naar Zweden om uit handen van Koning Carl Gustaf XVI de Polar prijs te ontvangen. De Polar prijs (in 1989 in het leven geroepen door Abba manager Stig Anderson) voor Pink Floyd’s uitzonderlijke verdiensten voor de muziek. Eerder kregen artiesten als Led Zeppelin, Ray Charles en Paul McCartney deze prijs al.

Net na het verschijnen van Gilmour’s DVD Live at Gdansk, stierf op 15 september 2008 Richard Wright op 65 jarige leeftijd. Een Pink Floyd reunie is derhalve nooit meer mogelijk, volgens Gilmour. Op 6 oktober 2008 werd er wederom naar het Grosvenor Hotel te London getogen. Dit keer kreeg David Gilmour de Q-award “Outstanding Contribution To Music” Tijdens zijn dankwoord zei hij o.a. “Richard deserves this just as much as I do” en tijdens de toast zei hij nadat hij iedereen vroeg om te gaan staan:”My good friend Richard Wright”.

Tussen september 2010 en september 2013 ging Roger Waters nog één keer met zijn The Wall over de wereld, waarbij hij in 2011 en 2013 ook Nederland aangedaan heeft.

Tenslotte maakte Pink Floyd nog één album: The Endless River, dat in 2014 verscheen. Hiervoor werden veel opnames gebruikt uit 1993, mét Richard Wright. Dit album was voor David Gilmour de rede om een streep te trekken onder Pink Floyd en alleen nog solowerk wilde gaan doen.

Pink Floyd …………… officieel bestaat de band nog (op papier), maar zal nooit meer als zodanig optreden. Een band die op muzikaal vlak ver vooruit was op de rest en nu nog een inspiratie vormt voor bestaande artiesten en nieuwe bands …………………………

Geen reacties