PINK FLOYD FANS NEDERLAND
presenteert
Zaak De Vos
naar het verhaal van Klaas Kuperus
Illustraties door Ad Beckers
Hoofdstuk 11:
De confrontatie
De Vos was niet op zijn kantoor. Anita was volop bezig om de confrontatie met de mogelijke dader voor te bereiden. Een val zetten, neemt nu eenmaal veel tijd in beslag. Na een uur, werd ze toch ongerust. Het was niet de gewoonte, dat haar collega laat binnen kwam, ze besloot maar eens te kijken, waar De Vos was, want ze had hem het pand wel binnen zien gaan. Ze verliet haar kantoor en liep de trap af naar beneden. Aan de balie was De Vos druk in gesprek met Kramer, van de infobalie. Anita keek toe en begon te lachen. Ze vond het een mooi gezicht hoe De Vos met handen de hoogte in wees, ze wist dat het over New York ging. Marcel kwam achter haar staan en fluisterde zachtjes: “Zo te zien is hij over zijn vliegangst heen…Jullie hebben goed werk verricht……Meid, ik ben trots op je dat je die oude zo ver hebt gekregen”. Anita kreeg een kleur, ze waardeerde het compliment van haar chef. Hoe vaak krijg je als personeel een schouderklop?……Dit was volgens haar de eerste keer en ze voelde zich sterk….Ze kreeg een brok in de keel toen ze De Vos hoorde zwetsen. Hij overdreef vreselijk en zei: “Joh, ik zweer het je…..Ik zat in de stoel……Ineens gingen die motoren lawaai maken en als……Een katapult werd je afgeschoten……..Wel 600km per uur over die startbaan…………Echt joh……..Machtig gevoel……..Zodra zo’n iezeren vogel van de grond is…Valt alle geluid weg……Echt jong…….Machtig…………Hoge flats, dat ze daar hebben”. Anita ging naast de oude staan: “Heb je ook verteld dat jij je Friese klompen hebt verkocht?” Kramer schoot in de lach en zei: “Wat nou Sietze? Had jij je Friese klompen mee genomen naar Amerika? Wat heb je er voor gekregen dan?” De Vos keek Anita aan met een gezicht van dat is niet interessant om te vertellen en liep met haar mee naar boven. Anita nam plaats achter haar bureau en zei: “Voordat we een ontmoeting plannen….Moeten we eerst een gesprek hebben met Simon Baar. Want hij bezit de Ray Ban zonnebril…..Is het wel verstandig om hem als lokaas in te zetten?” De Vos ging zitten achter zijn bureau: “Hoe wou jij het doen?” Anita speelde met haar balpen en tikte steeds met haar pen op haar neus. Even later zei ze: “Ja ik weet het ook niet, maar…….We gaan er dus nu echt vanuit, dat Rene Waterman de dader is?” De Vos krabde achter zijn nek en zei: “Ja, hij heeft belang bij de Ray Ban, of……….En ik hou daar rekening mee…….Of Sylvester Quaree komt opdagen……Of die Rinus Westerman……….Die hebben we nog niet eens ondervraagd…Anita, wat maken wij toch veel fouten. Anita knikte en zei: “Als Simon Baar nooit zijn huis uitkomt en dat mogen we aannemen, want terwijl wij in New York waren, is hij het huis niet uit geweest, en ik……..” De Vos keek verbaasd naar Anita: “Hoe….Hoe….Hoe….Hoe weet jij dat?…..Dat…Hij niet uit zijn huis is geweest?” Anita deed haar voeten op de tafel en sloeg haar beide handen achter haar hoofd en vertelde triomfantelijk: “Ik heb die twee cursisten de hele week laten posten voor zijn huis, ze hadden dat graag voor mij over”. De Vos keek vol bewondering naar haar: “Wat ben je toch ook slim hé, van wie heb jij dat?” Anita wees haar wijsvinger naar de oude speurder en De Vos lachte: “Je mag niet wijzen, daar staat de doodstraf op”. De Vos stond op en liep naar het raam, om het plak- en knipwerk te bekijken: “Het is één van beiden……Of toch die Rinus Westerman…Hij is toch de manager?” Anita kwam naast De Vos staan en zei: “Weet je nog, dat je hem moest bellen?….Toen kreeg ik hem aan de lijn en hij klikte toen de naam van Harold Goosens door. Maar dat kan ook een stem zijn van iemand anders….En toen we bij het huis van meneer Goosens kwamen, lag hij dood naast de telefoon”. De Vos merkte op: “Hij was er naar toe gesleept…….Ik snap niets meer…..je verraad iemand…..of je wijst bewust de verkeerde aan….Zodat wij de verkeerde oppakken…...Goed, dan moeten we maar weer naar Alphen a/d Rijn, om alles goed door te nemen met de heer Baar…………een rechtstreekse confrontatie….Een ontmoeting voorbereiden, het is onze laatste kans meid…….We zien wel wie in onze kuil valt”. Anita pakte haar jas en tasje en merkte op: “Je kent het gezegde……..Wie een kuil graaft voor een an….” De Vos onderbrak haar en zei: “Ja ja ja ik ken die gezegde, maar een vos is slim in het zetten van vallen….DUS”.
Anita reed met hoge snelheid de A6 over, op weg naar het Westen. Ze vond het niet erg, kleine afstanden. In feite onderneem je het zo even, niet klagen, gewoon heen rijden, grote afstanden bestaan niet in Nederland. De Vos merkte ineens op: “Stop even bij de parkeerplaats De Wielen, ik moet nodig”. Anita zette de auto aan de kant en De Vos zocht de bosjes op. Anita deed haar raampje open en merkte lachend op: “Zal ik je op de bon slingeren voor wildplassen?” Even later stapte De Vos weer rustig en keek verbaasd naar Anita en vroeg: “Waar wacht je op?……….rijden”. Anita merkte op: “Kijk daar komt een klant voor je aan, zal ik maar even wachten?” De Vos merkte op: “Een klant?…………Leg uit”. Anita begon ineens te lachen en al lachend zei ze: “Dit is een ontmoetingsplaats voor mannen….Is het wat voor jou?” De Vos trok een zuur gezicht en zei meteen: “GAS, WEG HIER”. Even later keek Anita naar de oude speurder en merkte op: “Je hebt weer geluk”. De Vos keek niet begrijpend opzij en vroeg: “Hoezo?” Anita wees vooruit en zei: “De Ketelbrug staat open, je kunt er weer uit om bootje te kijken”. (1) De Vos blikte opzij: “Je begint me al heel goed te kennen……Ik denk dat ik je ga missen……Zodra mijn arbeidstijd er op zit”. De Vos gooide meteen zijn gordels los en stapte uit. Hij liep naar de vangrail en kon in de verte Urk zien liggen. Net toen hij weer in de auto stapte, zei Anita: “Hé Smirre, Ik kom heus wel af en toe langs hoor…Ik heb altijd goede raad nodig…..Als ik vast zit….In een volgende zaak”. De Vos zei gelijk: “Dat is mooi gezegd, meid…..Maar meestal komen ze in het begin langs……..Dan kan jij je redden……Dan ebt het langzaam weg……….Eerst is het elke dag markt…….Dan om de twee dagen…….Later wordt het week markt en dan maand en uiteindelijk jaarmarkt…….Zo gaan die dingen”. Anita zweeg even en zei minuten later: “Niet zo depri joh, ik zit anders in elkaar, maar goed ik begrijp…….Dat jij zoiets niet kan weten”. De Vos merkte nogmaals op: “Het is met collega’s zo……Uit het oog, uit het hart”. Er viel een tijdlang een stilte, Anita wist geen raad met deze woorden: “Weet je nog dat ik je ga helpen zoeken met Wietske?………..Dan zal ik toch vaker bij je komen dan één keer in het jaar, denk je ook niet?” De Vos zei niets en na een stilte zei hij: “Wat is het nieuws……Zet de radio eens aan”. Anita merkte op: “Nee, er is geen nieuws vandaag, ja toch wel Pink Floyd heeft in Zweden een prijs gewonnen, wist je dat?” De Vos was inmiddels in slaap gevallen.
Anita had haar auto nog niet geparkeerd of de voordeur ging al open. Simon Baar had kennelijk de auto herkend en alvast de deur opengezet. Anita en De Vos liepen naar de voordeur en ze begroetten elkaar met een handdruk. De voordeur ging weer dicht en De Vos en Anita gingen in de kamer zitten. De Vos begon gelijk te vragen: “Wil je dat we hier praten, of heb je de voorkeur voor je eigen Pink Floyd kamer boven?” Simon Baar keek even en zei: “Ik wil boven praten, ik voel me onzeker”. De Vos en Anita volgden Simon de trap op naar boven. De Vos keek weer naar de waslijn, hij vond het toch maar vreemd, dat je zoiets bedenkt. Hij ging in de stoel zitten en wist dat dit de stoel was die in de film The Wall voorkwam. Hij keek vol bewondering naar de oude afstandbediening:
![]() |
“Ik heb laatst de film gezien……Nu zie ik dat het bijna dezelfde afstandbediening is”. Simon Baar zei: “Het is hetzelfde merk…Lijkt net echt hé?……Maar mag ik in die stoel plaatsnemen, daar wil ik graag in zitten”. De Vos stond op en ging op een andere stoel zitten. De Vos en Anita namen alles zorgvuldig met hem door, en als er vragen waren, kon hij ze gerust stellen. Simon Baar leek in het begin zeer meewerkend, maar de vragen die hij stelde, maakten hem banger zodat hij vroeg: “Is het wel veilig? Wat als hij mij met een mes, neersteekt?” De Vos bleef maar herhalen: “Er staat sowieso een ambulance opgesteld, je krijgt een kogelvrij vest van ons aan en geloof ons, er komt geen mes door…….De kamer naast ons, zullen zeker vijf politiemannen aanwezig zijn, rondom het hotel zal de politie in burgerkleren verdekt opgesteld staan, er kan gewoon niets gebeuren, ik verstop mij achter de kast…..Maak je maar niet druk..ik kom uit die kast”. Simon Baar keek recht voor zich uit en zei vijf minuten lang niets. De Vos keek Anita aan met een vraag van, wat gaat hij doen. Mee werken? Of loopt hij ervoor weg? Hetgeen De Vos goed zou begrijpen, maar dat betekende wel, dat de oplossing in de zaak moeilijker werd en bovendien, was er weer een moordtekst op het forum, dus de puzzel moest nu wel in elkaar passen, al wisten Anita en De Vos totaal niet wat er bedoeld werd met de tekst. De passage tekst van In The Flesh was van fascistische toon. Anita en De Vos hadden in het vliegtuig hun hoofden er meermalen over gebroken. Anita bedacht ineens weer iets opmerkelijks. Omdat Simon in zijn stoel wezenloos vooruit staarde zei ze ineens in het Engels: “Oh my God!……What a fabulous room!…..Are all these your guitars?………"This place is bigger than our apartment! "erm, Can I get a drink of water?” You want some, huh?" "Oh wow, look at this tub? Do you wanna take a baaaath?" "What are you watching?" "Hello?" "Are you feeling okay?" |
De Vos zag het allemaal aan en hij amuseerde zich enorm, hij herinnerde de film The Wall, hij had de film op de boot meermalen gezien en Anita had alles voor hem vertaald en uitgelegd waar de film over ging. De Vos vond deze scène in de film al mooi en nu ging Anita los, ze liep zelfs naar de badkamer en vanuit de badkamer deed ze precies na wat in de film gebeurde. Simon Baar kreeg een glimlach om zijn gezicht en zei: “Ik vind het echt cool, dat jullie je zo verdiepen in de muziek van Pink Floyd……Ik ga na de voorstelling van uw mooie collega akkoord……En stel ik mij in dienst van jullie op….Ik zet mij dus in als lokaas…….Onder één voorwaarde”. De Vos wenkbrauwen zakten naar beneden en hij vroeg rustig: “En die voorwaarde luidt?” Simon Baar keek Anita aan, met ogen die iets slechts verraadden. Hij bekeek Anita van top tot teen en bleef staren naar haar borsten. De Vos begon het ergste te vrezen, maar wist dat Anita zoiets nooit zou toe laten. Anita voelde ook iets aankomen en zei: “Wat is je voorwaarde?” Er volgde een stilte en Simon bleef Anita maar geil aankijken en ineens zei hij: “Ik wil onder mijn jas een pistool hebben”. De Vos en Anita riepen meteen hard: “NEE”.
Op de terugweg evalueerden Anita en De Vos het hele gesprek en De Vos vroeg: “Ik dacht dat hij wou voorstellen om met je naar bed te gaan…….Een pistool!…….Die is gek”. Anita schudde haar hoofd: “Toen we beiden…Nee, zeiden, moesten we nog een uur uitleggen, dat we zoiets niet konden toestaan. Maar goed, we kunnen het lokaas uitzetten, hij stelde zaterdag voor en dat is misschien ook beter. Uuuuh, ik heb al een hotel geregeld in Amsterdam”. De Vos gaapte en vroeg: “Waarom daar?” Anita zei meteen: “Dat is dichtbij voor onze twee hoofdverdachten Rene Waterman en Sylvester Quaree…..Hij zet mooi zijn politiebaan op het spel zeg……Ach……Hij kon het werk toch niet aan”. De Vos merkte gelijk op: “en die uuh meneer Westerman dan…uit Belgie komt hij toch……dat ligt toch niet dicht bij Amsterdam?….“Wanneer had je ook alweer gepland?” Anita zei gelijk: “A.s. zaterdag, de zesde”. De Vos zei: “Dan plan je het dus precies zoals een forumlid beweerde?” Anita merkte op: “Hij kan best gelijk hebben hoor, misschien is er inderdaad een verband met de verjaardagen van de echte Pink Floyd leden”. De Vos merkte geïrriteerd op: “En wie is dan op 1 juni jarig?……..Je moet die forumleden niet geloven, dat zijn amateurs……..neem dat toch eens van mij aan”. De Vos wees naar de borden van Hajé restaurant: “Eten, ik heb trek…….Uuuh ik stel voor om donderdag al naar het hotel te gaan, zodat we alles kunnen voorbereiden en misschien zien we de dader ook voorbereidingen treffen……..Hoe weten de daders de naam van het hotel, wij moeten toch niet speciaal een forumbericht plaatsen?” Anita lachte: “Ik heb samen met Simon Baar de drie mogelijke daders een sms gestuurd”. De Vos keek haar bewonderend aan: “Ik geloof dat jij na mijn VUT nooit langs zal komen voor raad, je weet alles al”. Anita zei gelijk daarop: “Dank je….In dat geval boek ik morgen meteen een kamer voor twee personen”. De Vos stapte even later uit de auto bij het Hajé restaurant en zei: “Je begint het normaal te vinden hé? Dat we bij elkaar slapen? Straks doe ik in de slaap rare dingen”. (2) Anita zei: “Als je het maar laat”.
De Vos en Anita kwamen op donderdag aan bij een hotel aan de rand van Amsterdam. De hoteleigenaars waren totaal niet blij met het idee, maar wilden ook niet tegenwerken. De Vos kreeg alles tot zijn beschikking, vijf deskundige politiemensen die zich zouden verstoppen. Buiten een politiemacht van nog eens tien mensen, een ambulance paraat, maar uit het zicht van de mogelijke daders, verborgen camera’s om het geheel goed vast te leggen voor de rechters, die dan konden vaststellen wie de dader was. Anita had twee kamers uitgezocht. De kamers waren met elkaar verbonden, en er zaten twee deuren tussen de muren, waarvan één deur alvast werd verwijderd, zodat één deur voldoende was om open te doen. Kasten waren zo geplaatst, dat De Vos er makkelijk in kon, Anita zou in de kast kruipen achter de deur, zodat zij van achteren de dader in de houtgreep kon nemen. Het incheckpersoneel werd vervangen door politiemensen en er werden nogmaals smsjes gestuurd aan de mogelijk drie daders. Ze moesten zich melden bij de hotelbalie, die hen dan zou verwijzen naar het desbetreffende kamernummer. De liften werden bewaakt door schoonmaakpersoneel, ook dit waren politiemensen. De Vos zorgde dat de voorbereiding dik in orde was. Ze zouden een paar kamers verderop slapen en de donderdag werd gebruikt om een generale repetitie te doen. Het klopte allemaal, af en toe ging er wel wat fout, maar na evaluatie gesprekken werd alles goed voorbereid en De Vos luisterde ook naar de eigen inbreng van zijn collega’s.
Het was zaterdagmorgen 6.00 uur en de wekker van Anita’s mobiel ging af. Een vrouwenstem herhaalde steeds “Het is zes uur, tijd om op te staan, het is zes uur, tijd om op te staan”. De Vos was al wakker en merkte op: “Wat een apart alarm heb jij op je telefoon”. Anita deed weer eens iets totaal onverwachts. Ze ging met haar hoofd op de borst liggen van De Vos en zei: “Even knuffelen hoor……Heb jij?……..Nee, ik moet het anders zeggen”. Ze gaapte vreselijk en daarna zei ze: “……Hoe vaak, heb jij dit soort confrontaties meegemaakt?…….Ik had het idee, dat je er wel ervaring mee had……Ik bedoel, hoe jij de mannen……..Hoe jij delegeerde……Hoeveelste is dit voor jou?” De Vos dacht diep na en zei zachtjes: “Ik denk de zevende keer of zo……..Ik hou er niet van……Het brengt zoveel spanning met zich mee……..Tot nu toe is het altijd goed…..Afgelopen……Meestal is de dader zo overrompeld…..Dat hij niets meer doet”. De Vos begon ineens te lachen: “Ik heb zelfs één keer meegemaakt…Dat de dader zo schrok dat hij in zijn broek plaste”. Anita begon te lachen en zei: “Da’s lullig…….Maar ik ben nerveus…….Doe je straks wel voorzichtig? Als je de kast uit stormt”. De Vos knuffelde haar innig en zei: “Doe jij voorzichtig?” Alles zou plaats vinden tussen twaalf en één uur overdag. Het was tien uur in de ochtend toen Simon Baar bloednerveus De Vos en Anita begroette. Samen liepen ze naar kamer 102. Dat was de kamer waar de politie al haar apparatuur had staan. Alles was klaar voor het moment. De kamer ernaast, nummer 103 zou worden gebruikt als ontmoeting. De Vos legde Simon alles uit, hij liet de politieagenten zien, hij liep met Simon over het balkon en keek naar buiten en wees hem de ambulance aan op de parkeerplaats, vol met agenten gekleed in burger. Toen Simon weer naar binnen liep, bleef De Vos ineens staan, hij zag iemand op de parkeerplaats rijden, maar kon niet plaatsen wie het was. De Vos herkende haar, maar hij wist niet meer waarvan. Ze leek wel op een stewardess van de KLM. De Vos liep naar binnen en bedacht ineens; het wordt tijd dat ik stop, ik begin spoken te zien. De Vos wees vervolgens aan waar Simon in de kamer moest gaan staan en alles werd uitgemeten. Er werd een tafeltje naast Simon gezet en hij legde alvast de Ray Ban zonnebril wat in feite het lokmiddel was, op tafel neer, mooi verpakt. Intussen kwamen politiemensen met een kogelvrij vest aanzetten en Simon ontklede zijn bovenlijf, zenders werden geplaatst en alles werd goed verpakt. De Vos wilde niets aan het toeval overlaten. Nu stond alles in gereedheid. De kamer was zo ingericht, dat Simon naast het bed zou staan. Onder het bed kroop een agent, de bedden werden opgemaakt, zodat niets zichtbaar was. De agent zou zo onder het bed vandaan kunnen komen om de voeten te grijpen in geval van nood. De kast ernaast had schuifdeuren, De Vos was meermalen de kast ingedoken en uit de kast gekomen. Alles was over en over nagespeeld, nu was het tijd om te wachten, heel lang wachten.
Simon Baar vroeg ineens: “Mag ik alstublieft een wapen?”. De Vos wilde het niet en zei: “NEE”. Simon keek de oude speurder aan en geheel onverwachts zei hij: “Dan stop ik nu!”. Hij wilde zijn kogelwerend vest zelf af doen, totdat De Vos zei: “Oké….Hier heb je mijn pistool, dat leggen we hier onder de tafel waar jij achter staat, je kunt er zo bij, maar……..Gebruik het niet”. Simon Baar knikte: “Bedankt….Ik zal het niet gebruiken, maar ik voel me een stuk veiliger…….Weet je zeker dat de dader met een mes komt?” De Vos knikte: “Alleen de eerste moord was met een bijl. De tweede met een hakmes en de derde met een beeld en de laatste weer met een mes, dus ik denk dat de dader blijft kiezen voor een mes of iets in die geest……ik denk niet dat de dader een wapen bezit”. Anita wenkte De Vos bij zich. Nog een paar minuten en dan was het twaalf uur. De Vos liep naar Anita toe, die vroeg vervolgens fluisterend: “Waarom geef je hem alsnog een wapen?” De Vos keek Anita aan en zei zachtjes: “Het is niet geladen”. Anita haalde opgelucht adem en De Vos liep terug en overdacht alles nogmaals. Was het wapen nu wel of niet geladen? Net voor hij wilde checken, hoorde hij een stemmetje in zijn oor, het stemmetje riep op tot alertheid. Door dit stemmetje in zijn oor en door de spanning vergat hij totaal of het pistool nu wel of niet geladen was? Toen De Vos in de kast zat en de schuifdeur dicht deed, maar deze wel op een kier hield, ging zijn hersenpan heen en weer, was het nu wel of niet geladen? De Vos voelde zijn broekzakken na en vernam dat hij de patronen voelde. Dit gaf hem voorlopig voldoende zekerheid en alles was goed voorbereid, het kon haast niet fout gaan. Bij na zeven ervaringen hiervoor, was het nooit echt fout afgelopen.
| De stemmen in de oortjes werden duidelijker: “Dader meldt zich aan de balie en loopt naar de lift”. De spanning liep behoorlijk op: “Dader verlaat de lift en loopt naar kamernummer 103”. Er werd op de deur geklopt. Simon riep: “Deur is open, kom verder”. Even later kwam een man binnen, Anita herkende hem al. De Vos kon hem niet zien, maar de man begon snel te praten: “Heee Barree oude rukker, LOSER. Dus je wordt eindelijk verstandig jongen, je weet toch dat die bril mij beter staat, HEEE ik heet toch niet voor niets THE COMPOSER. Waar heb je die bril?” Simon gebaarde opzij en daarmee liet hij de bril zien. Vervolgens begon hij te praten: “Dus jij zit achter al die drie moorden?” Rene Waterman zei: “Joh als jij dat wilt denken, ga je gang maar, mij krijg je er niet mee…….” En net voordat Rene naar de bril greep, pakte Simon plotseling het pistool op en haalde de trekker over. Een enorme knal en Rene zakte neer op de grond. De Vos kwam geschokt uit de kast vandaan, keek Simon verbaasd aan en Simon keek de oude speurder even verbaasd aan. De agenten stormden de kamer binnen en Anita dook op Rene Waterman en riep hard: “Ambulance, hij leeft nog”. Politieagenten hadden Simon Baar meteen vast en Simon boog zijn gezicht opzij naar de oude speurder en zei: “Opgeruimd staat netjes, vindt u ook niet?” Net toen Simon dat uitsprak, hoorde De Vos in de kamer ernaast ineens: “Boom Boom, Bang Bang lie down you’re dead”. Een snerpende gitaar solo knalde keihard door de muren van de hotelkamer heen. De Vos stond aan de grond genageld en Simon zei: “Vind u de muziek niet treffend getimed….Wat een gitaarsolo hé?” Simon Baar werd afgevoerd en meegenomen en het ambulancepersoneel stormde binnen, Anita liep naar de oude speurder, die spontaan terug viel in de kast. Hij zei: “Ik kom uit de kast en ik stop je in de kast, voor altijd”. Anita sloeg haar armen om de speurder heen, ze wist wat er bedoeld werd, beiden lagen ze verslagen op de grond. Op de achtergrond hoorde De Vos weer vrouwengegil, de muziek paste nu bij zijn eigen drama. |
![]() |
De Vos en Anita zaten beiden op kantoor van Marcel van Leeuwen. Naast Marcel was burgemeester Hallage aanwezig, de heren keken bedroefd en te neergeslagen. De Vos keek alleen maar naar de grond. Hij had alles zo goed voorbereid, waar ging het fout? Was hij de muziek totaal vergeten, waarom werd kamer 104 niet gebruikt door agenten? Dit was een wijze les voor de volgende keer, maar De Vos wist dat er nooit meer een volgende keer zou komen. Drie maanden voor zijn VUT en dan gebeurt dit. Vandaag had hij gehoord dat Rene Waterman aan zijn verwondingen in het ziekenhuis was overleden. De zaak was opgelost, dat was dan het enige, maar kreeg hij de kans om het hele verhaal te horen van Simon Baar, die in voorlopige hechtenis was genomen. Voorzichtig begon Marcel te hoesten om aandacht te vragen en aarzelend begon hij: “Met pijn in mijn hart, moet ik u mededelen Sietze de Vos dat u geschorst bent voor onbepaalde tijd”. Anita kreeg tranen in haar ogen, ze wist niet wat ze moest doen. Even later zei ze: “Schorst u mij dan ook maar”. Burgemeester Hallage begon zich ermee te bemoeien: “Mevrouw Kalsbeek….Wij schorsen u voor twee dagen, daarna verwachten wij u terug……..Komt u terug?……U was meer dan waardevol tijdens het gehele onderzoek”. De Vos stond op, verliet de kamer en Anita volgde hem.
De Vos zat op het bankje aan het Winschoterdiep voor zich uit te staren en Anita zat naast hem. Een dik uur lang werd er niet gepraat. De Vos zei ineens: “Wat stom dat wij niet aan die muziek dachten, dat hadden we toch moeten weten”. Anita zei: “Het klopt niet, het klopt niet…….Hij kan het niet gedaan hebben…..Dit klopt gewoon niet”. De Vos zuchtte: “Anita, hij schoot, ik zag het en die koele antwoorden hoor ik keer op keer in mijn hoofd en ik dacht…Nee….Ik wist zeker dat het pistool niet was geladen ……..Ik voel toch duidelijk……..In de kast telde ik……….2 x 8 patronen”. De Vos greep in zijn rechterzak van zijn jas: “Kijk ik heb ze nog…..Eén, twee……Drie en vier,vijf,zes, zeven en….Shit waar is acht?”. In paniek voelde hij zijn zak na en zakte weer terug tegen de houten bankleuning aan en zei zachtjes: “Ik weet het ook niet meer”. Anita kroop tegen de oude meester aan en zei: “Die jongens hebben toch gepost?….Hem nooit het huis uit zien gaan, hoe kan dit?” Anita zei ineens: “Ik denk dat ik ook maar ontslag neem”. De Vos schudde zijn hoofd: “Anita, jij neemt geen ontslag, jij rondt de zaak over twee dagen volledig af, je kunt het, ik red mij wel”. De Vos ging verder: “Je hebt nog een toekomst voor je, ik was per 1 januari toch gestopt”. Er rolde een traan bij De Vos over de wang. Anita zag het en voelde het verdriet intens, zo erg dat zij ook begon te huilen. Samen zaten ze te huilen, terwijl achter hun het leven voorbij raasde. De Vos stond op: “Anita, ik ga naar huis, ik wens even geen bezoek of telefoon de eerste week, ik ga aan mijn boot werken en wanneer ik mij goed voel, neem ik contact met je op en niet andersom. Ik moet dit verwerken op mijn eigen manier, het is maar werk…….Ik heb in mijn hele leven genoeg ellende meegemaakt”. Anita stond huilend voor De Vos: “Doe je voorzichtig ….Ik zal na mijn schorsing…Simon Baar flink verhoren en alles op een rij zetten. Wil je de rapporten daarna nog inzien?” De Vos deed zijn beiden handen in zijn zakken, keek Anita met tranen in de ogen aan en zei met brok in de keel: “Laat maar”. De Vos draaide zich om en liep bij Anita vandaan. Anita riep De Vos hard na: “IK HOU VAN JE”. De Vos bleef even staan en liep toen toch maar verder.
De Vos was druk bezig met zijn boot. Terwijl zijn motorblok nog voor reparatie was in Grouw, was hij druk bezig de boot te verven. Al meer dan twee weken was hij bezig met schuren, alles werd verfijnd, de naam van de boot “De Maniak” had hij er ook afgehaald. Hij wilde alles nieuw, nieuw motorblok, nieuwe naam, hij had er zoveel tijd ingestoken, dat in feite alles vernieuwd was. Hij had zelfs op ideeën van Anita enkele wijzigingen doorgevoerd, een extra kamer voor haar, of voor kleinzoon Sietze. Hij had Sietze beloofd om mee te varen en te gaan vissen. Nu was de tijd aangebroken, al kwam die tijd natuurlijk veel te vroeg. Tijdens het schuren had hij meermalen gehuild als een klein kind, hij was over de boot heen gekropen van verdriet. Alles kwam naar boven, zijn scheiding, de ontvoering van zijn kinderen, de terugkomst van zijn zoon en de samenwerking met Anita, die hem sterker als ooit had gemaakt. Er was nog nooit een vrouw geweest die zoveel positieve invloed op hem had gehad, hij durfde zelfs het vliegtuig in. Nu was ze er niet. Een leegte die hij zelf had gewild, want Anita wilde het liefst elke dag bij hem zijn en bleef de oude afgedankte speurder met de vraag. Hij was niet verliefd, waarbij de vlinders en hormonen door je keel gierden. Het was liefde die zo vreselijk diep zat, dat hij er geen seksuele gevoelens bij had, alhoewel hij ook wel weer zijn ogen wijd open had, op de momenten, waarbij Anita totaal vergat dat er een man in de buurt was. Hij zette alles op een rij, de gehele zaak. Wat deed hij fout? Alles passeerde de revue, hij kon het niet op een rij krijgen, maar dat kon hij ook niet na zijn scheiding. Alles herhaalde zich. Hij begon zich steeds vaker af te vragen, of er nog zin was in zijn leven.
De Vos was druk bezig met het schilderen van zijn boot. Hij werd afgeleid door een man die erbij stond te kijken, hij herkende de man, maar kon hem niet goed plaatsen. De man sprak Fries en ging ook snel weer in het Nederlands over, omdat De Vos zo moe was, dat hij zelfs niet meer in zijn eigen moedertaal kon denken. Hij haalde af en toe Engelse woorden door elkaar. De Vos legde zijn kwast neer en zei: “Ik ben druk bezig, ik ken u van gezicht, maar komt u gewoon om te kijken of wat dan ook?”. De man sprong brutaal de boot op. De Vos schrok en riep: “Pas op, alles is nat”. De man stak zijn hand uit: “Mijn naam is Pim Janker, ik ben advocaat van Simon Baar”. De Vos schudde zijn hand en liet meteen los. Hij zei: “Ik wil niet meer aan die zaak worden herinnerd, ik verzoek u om van mijn boot te gaan”. Janker bleef staan en meldde serieus: “Anita vertelde mij dat u heus wel gastvrij bent, maar daar merk ik niets van….Overigens………Anita is wel een hele goede agent……Die meid heeft na haar schorsing, dag en nacht aan de zaak gewerkt……De Commissaris stuurde haar vaak naar huis en dan was ze thuis nog bezig ….Die arme meid…….Heeft in twee weken tijd dagen gedraaid van gemiddeld zestien uur. Ze heeft alles doorgelezen …..Ze is nu total loss.……Ik heb haar twee weken terug aangehoord toen ze Simon Baar verhoorde….Op zo’n correcte wijze……..Die heb ik in mijn loopbaan als strafpleiter nog nooit meegemaakt…….Ze durfde mij zelfs neer te zetten, wanneer ik mijn cliënt probeerde te verdedigen”. De Vos keek de advocaat aan: “Waarom komt u mij dit allemaal vertellen? De zaak is rond en ik heb haar alleen gevraagd om de zaak goed af te ronden en daarmee klaar”. De Vos pakte de kwast en begon rustig verder te verven. Janker keek rond en zei: “Mijn cliënt ontkent dat hij de dader is”. De Vos hield even zijn kwast stil en verfde toen gewoon weer verder: “Dat doen ze allemaal, en jij hebt dat op hem ingepraat”.
![]() |
Janker kwam naar De Vos toe en pakte een andere kwast uit een oude verfpot, vervolgens doopte hij de kwast in de verfpot en begon ook te verven. De Vos keek hem aan, maar greep niet in. Janker kon het niets schelen dat zijn dure pak vies kon worden. Met gevoel en rustig hielp hij De Vos mee en zei: “Ziet u, ik werk met u mee, wilt u Anita aflossen, ze is kapot en moe”. De Vos streek rustig door en zei: “Ik weet niet of je het weet, maar ik ben geschorst door de burgermeester zelf, dus, ik wil wel, maar ik kan haar niet helpen”. Janker pakte een oude doek en veegde heel rustig de loper van het raam af, hij doopte zijn kwast weer in de verfpot en zei: “Kijk De Vos……Anita heeft ervoor gezorgd dat die schorsing met onmiddellijke ingang wordt opgeheven”. De Vos liet zijn kwast vallen en deze rolde over de zwarte lakschoenen van de advocaat heen. Een witte laag kwam op de schoenen en enkele spetters op de broekspijpen. Janker keek naar zijn voet en zei: “Jij knoeit….Met verven moet je geduld hebben en voorzichtig zijn……..Ik moest van Anita vragen waar je achtste patroon is?” De Vos pakte met de verfdoek de kwast weer op en zocht naar wasbenzine. Hij deed wat wasbenzine op het doek en ging op de knieën voor de advocaat liggen en begon de schoenen van de advocaat, voorzichtig schoon te maken. Vervolgens zei hij: “De achtste kogel zit in het lichaam van Rene Waterman”. |
Janker gooide zijn kwast in de verfpot, pakte de verfkwast uit de handen van De Vos en gooide deze vervolgens zo het water in: “Anita heeft ontdekt….Dat de kogel niet uit jouw pistool kwam…….Ik moest van Anita zeggen, dat jij van je oude jas de voering beter moet laten maken……Koop eens een nieuwe jas”. De Vos begreep het ineens niet meer: “Waar komt die kogel dan vandaan?” Janker keek hem aan: “De kogel kwam van achteren……..Dus er is een andere dader”. De Vos keek verbaasd en riep: “Wie dan?” Janker pakte het deksel van de verfpot en drukte dit op het verfblik: “Heb je een hamer?”. De Vos gaf hem een hamer en Janker sloeg het blik dicht en zei: “De dader moet je snel gaan zoeken, maar je begint pas over drie dagen, want Anita ligt op jouw grote bed te slapen, daar heb ik haar neer gelegd. We zijn zo brutaal geweest en hebben bij je ingebroken, ze wilde bij jou slapen.……..Het is een prachtige meid, vooral als ze slaapt, dan straalt er vrede de wereld in……..En De Vos……..Vecht nu voor haar en breng mij de werkelijke dader, dan zorg ik er wel voor dat hij vast komt te zitten……..En nu van de boot af, of ik trap je eraf”.
(wordt vervolg)
(1) Ketelbrug. Gebouwd in 1970 en verbindt Noord Oost polder met Flevoland.
(2) Hajé restaurant staat aan beiden kanten op de A6 ten hoogte van Lelystad.
VOORWOORD - HOOFDSTUK 10 - HOOFDSTUK 12