PINK FLOYD FANS NEDERLAND

presenteert

Zaak De Vos

naar het verhaal van Klaas Kuperus

Illustraties door Ad Beckers


Hoofdstuk 09:

Vliegangst

 

De Vos plofte in de stoel neer. Hij was blij om weer terug te zijn in het Renaissance Hotel te Brussel. Het personeel herkende de oude Vos nog en hij herkende de medewerker heel goed. Er kwam een glimlach op beide gezichten terwijl de man een grote pint serveerde. Hier was De Vos wel aan toe, zijn eerste werkdag was heavy begonnen. Vriendelijk zei hij tegen de medewerker: “Dank u”. De medewerker vroeg beleefd: “Zit uw zwembroek nog steeds goed meneer?”. Er volgde een knipoog en De Vos moest lachen. Even later kwam Anita naast De Vos zitten. De ober kwam langs en Anita bestelde een Fanta, waarna ze tegen De Vos zei: “Ziezo…..Vannacht lig ik weer in dat heerlijke bed te slapen. Ik heb nu wel een andere kamer, maar de bedden zijn hetzelfde, want ik heb er al eventjes op gelegen”. De Vos lachte, maar ging toch serieus over op een ander onderwerp: “We dachten dat Richard hier veilig was, maar hij werd toch gevonden, ik vond het toch verstandig van je………je deed een poging op Richard goed te beschermen”. Anita keek strak voor zich uit: “Ja ik dacht, laat hem 24 uur vast zetten in een cel met camera toezicht, het heeft dus wel degelijk met de datums van Pink Floyd leden te maken. Hadden we dit kunnen voorkomen?” De Vos haalde zijn schouders op: “Ik weet het niet of de datums wel kloppen. Dan zit 1 juni mij dwars, maar laten we dan in september alert zijn……….Stef heeft trouwens mevrouw Verbeek meegenomen en ik heb hem opgedragen haar flink te verhoren, eens kijken hoe Stef het er van afbrengt”. Anita keek de oude speurder aan: “Toen ik haar in de kraag vatte herkende ik haar wel, maar was stom verbaasd, wij hebben haar altijd uitgesloten…..Nog denk ik dat ze het niet gedaan kan hebben…..Wat denk jij?” De Vos dacht diep na en dronk aan zijn grote pint: “Tja, ze was de schoonmaakster van Nico Maan, ze lijkt mij wel een lief Amsterdams vrouwtje, die gewoon getrouwd is en hier en daar een schoonmaakklusje heeft en dat zwart bijverdient…….Vermoed ik…….Wat zei ze ook alweer……..Rijke mensen betalen niet best meneer, niet best meneer…….Grappig dat zoiets steeds in mijn gedachten terugkeert”. Anita riep ineens: “Weet jij wat wij totaal over het hoofd zien?” De Vos keek haar aan en vroeg: “Nou?…Wat zien we over het hoofd dan?” Anita zei: “Die inbreker bij het huis van Nico Maan…..Hij wist te ontkomen”. De Vos antwoordde: “Ik heb de politie in Muiden een tijd terug nog gebeld…..Geen spoor…..Weet je Anita……….Misschien was het wel puur toeval………..Zodra mensen weten dat een persoon is overleden…………Er zijn dieven die lezen gewoon de rouwadvertenties in de krant en dan slaan ze hun slag”. Anita dacht na en zei: “Wel vreemd om midden overdag in te breken”. De Vos zei: “Ja…….Ze worden steeds brutaler”. Er viel een stilte en De Vos hief zijn lege glas omhoog. De ober zag het en De Vos merkte op: “Het bier smaakt mij hier best”. Terwijl de ober netjes drankjes op een tafeltje serveerde zei De Vos: “We moeten morgen maar in alle rust naar het politiebureau. Eens kijken wat Stef eruit heeft gehaald, en we moeten morgen een gesprek aangaan met Natasja Wijchers en ik wil ook weten…….Je vindt het toch niet vervelend………..Als ik morgen naar haar seksleven vraag?” Anita keek verbaasd: “En waarom moet ik dat vervelend vinden dan?” De Vos merkte stotterend op: “Ja…Gut…Uh…….Wat zei die overbuurvrouw ook alweer?” Anita dacht even na: “Ooh die roddeltante, uuuuh……Ze heette………Ooh even denken hoor……..Loes?…Nee…Mies?…..Nee, Lies is het, nu weet ik het weer ….Lies Bruining”. De Vos knikte: “We moeten daar toch even naar vragen, want Lies had wel eens wat waargenomen, misschien is er een verband. We moeten toch alles onderzoeken in deze zaak”. Anita: “SEKS”. De Vos keek haar aan: “Ja seks, wacht eens…….Sylvester en Nico…….Deden toch in vrouwenhandel?……….Misschien dat er daarom een verband is met de schoonmaakster…….We worden weer helemaal het bos in gestuurd”.

De volgende ochtend meldden De Vos en Anita zich bij hun collega’s op het hoofdbureau in Brussel. Stef kwam met een zuur gezicht aanlopen en zei verontschuldigd: “Sorry, maar ik moest van mijn chefke….Mevrouw Verbeek weer laten gaan en ik was niet bevoegd om verder te vragen”. De Vos liet zijn schouders zakken en tikte hem op de schouders: “Wie is je Chef, breng ons er heen”. De Vos klopte op het kantoor en een luide stem riep: “Aantree”. De Vos en Anita gingen naar binnen en Stef volgde Anita. De Commissaris brieste: “Meneer Vandermaelen, wil jij mijn kantoor verlaten, En nu METEEN”. Er kwam een schijnheilige glimlach op het gezicht van de Commissaris en tevens gebaarde hij: “Ga zitten, meneer De Vos, is het toch?” De Vos merkte meteen op: “Ik neem pas plaats, wanneer op die lege stoel de heer Vandermaelen plaats neemt. Weigert u dit verzoek, dan is dit korte onderhoud afgerond en verlaten wij u meteen”. Er kwam een vreselijke rode kleur op het gezicht van de Commissaris en hij keek even opzij naar Stef. De Vos zag dat Stef van binnen blij was, net of hij een doelpunt had gescoord. De Vos wees naar Stef en mompelde: “Ga zitten”. Stef ging meteen zitten en Anita en De Vos volgden en meteen stak De Vos van wal: “Dus u hebt de wijsheid in pacht om mijn verdachte zonder reden los te laten? Ik had namelijk Stef opdracht gegeven om haar vast te houden en te ondervragen en nu begrijp ik veel in de wereld, maar waarom mocht hij……”. De commissaris keek kribbig: “Meneer De Vos, dit is kennelijk typisch Hollands om zich te bemoeien met mijn zaken. Meneer Stef is niet bevoegd en bovendien bepaal ik op dit bureau wat wel en niet kan. Ik ben u geen verantwoording schuldig en accepteert u dat niet, dan verzoek ik u om het pand onmiddellijk te verlaten …Ik laat me de les niet lezen door een HOLLANDER”. Anita stond op: “Mannen, mannen toch, waarom maken jullie zo’n ruzie om de gedragscode….Uuuh etiketten……Uuuh rangen en standen…..Meneer de commissaris ik weet dat u hoog in rang en de baas bent”. Anita liep om zijn bureau heen en bekeek de medaille’s die hij had verdiend. Trots stond hij op de foto met wijlen Koning Boudewijn. (1) Anita ging op de rand van het bureau zitten en De Vos dacht ineens, wat gaat zei nu doen? Anita keek heel verleidelijk: “Meneer de commissaris, we hebben te maken met een moordzaak en uw onderdaan Stef heeft ons tot nu toe verschrikkelijk goed geholpen, wist u dat hij meer capaciteiten bezit dan u denkt?……….Wat een mooie foto, met wie staat u daar op de foto?” De commissaris trok zijn stropdas iets opzij, hij had het duidelijk warm gekregen en vervolgens vertelde hij vol trots: “Dat ben ik, toen ik jaren geleden een onderscheiding kreeg van Koning Boudewijn”. Anita deed haar vingertje over haar lippen en pruilde: “Goh, wat knap van u, waar hebt u dat aan verdiend?” De commissaris stelde zich bescheiden op en wilde trots zijn ervaringen vertellen totdat ineens Anita hem aan de stropdas trok en hij met zijn gezicht naar voren werd getrokken. De Vos keek met grote ogen toe. Anita begon heel hard te schreeuwen: “MENEERTJE. NU MOET U EENS HEEL GOED LUISTEREN…..U STUURT EEN VAN ONZE VERDACHTEN NAAR HUIS…DAARBIJ KOMT…DAT WIJ HET VERZOEK HADDEN OM BETER AAN HET SLACHTOFFER TE DENKEN EN RAAD EENS WAT ER GEBEURDE, MENEER WIJCHERS HANGT AAN HET PRINSENKASTEEL. IK HOOP DAT KONINKJE BOUDEWIJN ZICH NU OMDRAAIT IN ZIJN GRAF EN HET LIEFST NOG HET GRAF UITKOMT OM JOU DE MEDAILE AF TE PAKKEN……SNAPPEN WIJ HET NOG ALLEMAAL?????”.

De Vos en Stef keken elkaar aan en Anita liet de stropdas los, ze gooide deze over de kale kop van de commissaris heen. Met een knalrood hoofd probeerde de commissaris zijn stropdas weer goed te doen. De Vos keek opzij en zag door de ramen dat het personeel was opgehouden met werken en net als hij verbaasd toe had staan kijken. Langzaam begon De Vos maar weer te vragen: “Stef….Heb je nog met mevrouw Verbeek kunnen praten?” Stef: “Ze zegt dat ze op de camping van Grimbergen zat en op doorreis naar Parijs en Normandië was voor vakantie….Ze zegt dat ze toevallig bij het kasteel rondliep….Toen ze u zag en even later begreep wat er aan de hand was, wilde ze maken dat ze weg kwam….Ze hoopte dat ze niet zou worden herkend”. De Vos keek naar de commissaris en zei: “Zinvolle informatie ….Erg goed verhoord….Stef…Proficiat……Goed werk”. Er viel een stilte en De Vos doorbrak de stilte: “Meneer de commissaris, zou u zo vriendelijk willen zijn om alle Belgische activiteiten over te laten aan Stef, laat hem alle gegevens aan ons doorsturen en desnoods in Groningen bezorgen …Kunnen wij die afspraak maken? De Commissaris keek Stef aan en er was een moment dat hij hiermee niet akkoord wilde gaan. Dat voelde Anita heel goed aan. Die stond op en zei: “Lijkt mij akkoord, of niet?” De commissaris knikte: “Ja…Ja is goed”. De Vos, Anita en Stef verlieten het kantoor en het personeel begon spontaan te applaudisseren. Een Belgische collega ging voor Anita op de knieën en smeekte: “Wil je met mij trouwen?”. Anita keek verbaasd en lachte even om de toestanden en Stef liep vooruit het bureau uit. Buiten op de parkeerplaats legde hij uit dat het beleid wat de commissaris erop na hield nogal streng van aard was en het personeel het geweldig vond hoe Anita hem te kijk zette.

De Vos gaf hem opdracht om Natasja Wijchers op te halen en haar te brengen bij het Atomium. (2) De Vos en Anita stapten in de auto en De Vos keek verbaasd naar Anita en zei: “Meid, je bezorgt me nog een hartkwaal.......Ik sta perplex van je.........De woede die ik in mij voel op zo’n moment knal jij er voor mij uit……..Mijn laatste jaar beleef ik de mooiste en merkwaardigste momenten uit mijn hele leven”. De Vos viel stil, heel stil ineens, Anita keek opzij: “Ik wil wat drinken….Heb jij ook dorst…..Trouwens ik wil ook wel wat, want mijn keel doet zeer”. De Vos keek haar aan en zei: “Ja, vind je het gek, met je gegil…Hahahah…De oren van de commissaris fluiten volgens mij nog na……..Ja, wat heet…Die van mij piepen er ook nog van”.

Anita parkeerde haar auto op de Eeuwfeestlaan. Er was voldoende parkeergelegenheid en je had meteen uitzicht op het grote Atomium. Ze gingen hier rustig op een bankje zitten wachten. De Vos en Anita hadden blikjes drinken gekocht en nu was het wachten op Stef. Want Stef had de opdracht gekregen om Natasja Wijchers op te halen. De Vos hoopte maar dat ze weer bij haar positieven was. Het drama dat hij zag stond nog op zijn netvlies, hoewel je er als rechercheur altijd rekening mee moet houden dat het ook toneel kan zijn, hoe gek het ook mag klinken. Anita keek naar het Atomium en zei: “Mooi kunstwerk?” De Vos keek ernaar en zei: “Ik zie er weinig romantiek in”. Even later zagen ze een politieauto naderen. De Vos herkende meteen wie achter het stuur zat.

Stef en naast hem zat Natasja. Ze stapten beiden uit en kwamen rustig op De Vos af en die stond gelijk op: “Mevrouw Wijchers, mijn oprechte medeleven met het verlies van uw man”. Anita kwam ook naar haar toe en stak haar hand uit en zei zachtjes: “Gecondoleerd”. Ze ging zitten en leek vrij normaal. Althans ze deed haar best en voorzichtig vroeg Natasja: “U wilde mij spreken?” De Vos knikte: “Onze verstopplaats bleek niet voldoende te zijn, hebt u enig idee hoe dat komt?” Natasja schudde haar hoofd: “Ik zou het niet weten, ik weet wel dat Richard steeds onrustiger werd, hij begon ook reeds paranoïde te worden. Als hij met mij mee ging naar de winkel dan keek hij steeds achterom, zo was hij ervan overtuigd dat hij Rene Waterman en Simon Baar hier zag, maar goed, wat maakt het nu uit….Het kwaad is al geschied”. Stef stelde ineens een vraag: “Madame, kent u Tini Verbeek?” De Vos knikte tevreden naar Stef, hij had deze vraag nog niet bedacht. De Vos keek naar mevrouw Wijchers om te zien hoe ze erop zou reageren. Haar gezicht vertrok geen moment en ze begon weer te praten: “Ik ken geen mevrouw Verbeek”. Anita bedacht ook ineens een vraag: “Heeft uw man een bericht op het forum geplaatst onder de nickname Key?” Natasja, gooide haar handen omhoog en vervolgens voor haar hoofd en vrij hard zei ze: “Dat heb ik gedaan…..Richard was het daar niet mee eens….Maar Richard was zo’n schijter. Ik denk vrijwel zeker te weten wie hier achter zit…….Dit moet Rene Waterman zijn en daarom bedacht ik een tegenbericht……Ik las ook al die forumberichten en ik dacht, laten we de dader, ook al weten we niet zeker wie het is, eens flink bang maken”. De Vos keek haar aan, trok even zijn mond scheef en vroeg toen: “Hoe kwam u aan de tekst?” Natasja zei: “Ach ik zette de zin gewoon andersom, ik wou het ook niet te moeilijk maken”. De Vos, keek haar aan: “Wat bedoelde u dan met “Ik kom uit de kast en ik stop jou in de kast”. Natasja keek recht vooruit: “Rookt één van jullie ook? Ik wil een sigaret”. Stef toverde een pakje Marlboro uit zijn politiepak en bood haar een sigaret aan”. Ze stak de sigaret op, blies de rook eruit en ging weer verder: “Dat van de kast, was ook een aanwijzing voor u meneer De Vos….U hield toch van De Kast?….Ik wilde dat u sneller achter Rene Waterman aan ging, want ik weet zeker dat hij het is….Ergens vind ik het onbegrijpelijk dat u hem nog niet gearresteerd heeft”. Ze keek de oude speurder vragend aan, maar De Vos moest nadenken en Anita hielp hem mee: “Natasja, wij hebben tot nu toe geen enkel bewijs om hem te arresteren en wij betwijfelen of hij de dader is. We hebben meerdere verdachten……kent u Harold Goosens?”. Natasja keek weer vooruit en drukte haar sigaret uit op de grond en zei: “Nee”……..Ik heb het er met mijn vriendinnen over gehad en zij zijn net als ik ervan overtuigd dat hij achter de moorden zit”. De Vos keek haar aan: “U bedoelt Rene Waterman?…….Wie zijn dan uw vriendinnen?” Natasja stond op: “Stef, wil jij mij naar Roosendaal brengen, ik kan nu wel naar huis, ik ben niet zo bang als mijn man”. Stef keek De Vos aan en die ging staan, knikte goedkeurend. Vervolgens draaide Natasja zich om en liep alvast naar de auto terwijl Anita riep: “We hebben nog geen antwoord op onze vraag, wie zijn u vriendinnen?” Natasja stond met één voet in de auto en met haar hand hield ze de autodeur vast en zei: “Petra Talens en Tini Verbeek”. Anita riep meteen: “En net zei je dat je Tini Verbeek niet kende?” Natasja keek voor zich uit en zei: “Zei ik dat?” En vervolgens zei ze niets meer en reed Stef met de auto weg. Anita keek de Vos aan en zei: “Ze liegt”.

De Vos kwam eindelijk zijn eigen kantoor weer binnen en Anita was reeds volop bezig  rapporten te schrijven. De Vos ging voor haar staan als Romeo en zong: “A million bright ambassadors of morning”. Hij stak de hand uit richting Anita, die begon te lachen en zei opgetogen: “Oooh….Ik ken dit, dat is Pink Floyd?…Ja Toch?…….Oooh gaaf, ga door”. De Vos liep naar zijn plek en zong verder: “And no-one sings me lullabies, And no-one makes me close my eyes”. En hoewel hij de tekst niet kende, zette hij het raam open en zong naar buiten: “And so I throw the windows wide, And call to you across the sky”. Anita, ging staan en gaf hem een applaus en zei: “Yeah……..Wat goed heee…….Je moet in een mannenkoor gaan als je met de VUT gaat, je stemgeluid wordt steeds beter, althans het klinkt beter dan met je muziek van De Kast”. De Vos knikte: “Dank je Anita”. Vervolgens ging hij zitten, gooide zijn benen op tafel en Anita deed precies hetzelfde. De Vos vroeg: “Nog wat beleeft dit weekend?” Anita antwoorde opgetogen en zei: “Ja ik ben naar Delft geweest, daar had de operator een tentoonstelling georganiseerd en met optredens van tribute bands en zo…was erg leuk”. Net toen ze dat had verteld kwam geheel onverwachts Marcel binnen. Anita zag dit en deed meteen haar voeten van tafel, maar De Vos had Marcel niet binnen horen komen en neuriede nog wat na, terwijl hij naar het plafond keek. Marcel hoestte een paar keer om aandacht te trekken, maar De Vos merkte het niet en vervolgens begon Marcel maar te praten: “Zo De Vos, wat denk je? Ik hoef nog maar een paar maanden en ik relax gewoon even….Ach, je hebt inmiddels al vier moorden……ZIT ER NOG SCHOT IN DE ZAAK”. De Vos deed voor Marcel niet meer zijn voeten naar beneden: “We zijn volop bezig Commissaris”. Marcel van Leeuwen keek naar de voeten van de oude speurder: “Ik zie dat je er volop mee bezig bent”. Marcel wierp een blik naar Anita: “Ik heb het geregeld, jullie vliegen morgen naar New York”. De Vos schoot overeind: “WAT”. Marcel keek lachend naar De Vos: “Jij gaat met Anita naar New York om Roger Waters te verhoren en denk erom, jij gaat, want anders rapporteer ik het als werkweigering”. De Vos liet zich verbijsterd in zijn stoel zakken. Marcel kreeg een glimlach op zijn gezicht en merkte op voordat hij het kantoor verliet: “Leg nu je voeten maar weer terug op tafel hoor”. Marcel strekte zijn beide armen languit en vloog zingend de kamer uit: “One Day I’ll Fly Away”. Anita keek meteen naar de oude meester, die vervolgens terugkeek: “Heb jij dit achter mijn rug om geregeld?” Anita begon te kleuren: “Ja, we moeten toch verder in deze zaak”. De Vos stond woedend op: “Nou fijne collega ben jij, je wordt bedankt”. De Vos klapte de deur keihard dicht en verliet het kantoor. Anita begon te huilen en legde haar hoofd op haar bureau.

De Vos zat op een bankje aan de Winschoterkade, naar boten te kijken. Anita had De Vos al een tijdje lopen zoeken. Ze voelde zich schuldig, ze wilde zelf graag naar New York en ze had zo haar best gedaan om het te regelen. Roger Waters ondervragen, was in haar ogen wel degelijk belangrijk voor het onderzoek en nu twijfelde ze aan alles. Er was al weer een vierde moord gepleegd, en af en toe hadden ze samen het gevoel dat ze er waren, maar er was nog zoveel onduidelijk en ze hoopte ideeën op te doen, want ook David Gilmour was zinvol, al zaten ze toen op een verkeerd spoor. Het was Natasja die haar man wilde helpen. De Vos zag dat Anita op het bankje naast hem ging zitten.

Het was een tijd lang stil. Ze was emotioneel en wist totaal niet hoe ze het gesprek moest aanvangen. De Vos begon: “Ik ga niet vliegen, dan ga je maar alleen. Ik weiger dit werk, desnoods ga ik het politiebureau schoonmaken, maar vliegen. Ik heb nog nooit gevlogen en ik ga het ook niet doen”. Anita keek haar oude leermeester aan en zei smekend: “Doe het dan één keer voor mij…Ja, ik weet dat ik het met je had moet overleggen, maar hoe kan ik je overhalen?…..Laat me niet nog eens in de steek”. De Vos ogen werden groot: “Ik jou in de steek laten? Hoe lang ken ik je nu?…….Drie jaar?” Anita knikte: “Ja ik bedoel….Verlies niet nog een keer je dochter”.De Vos sprong op en stak zijn wijvinger streng vooruit: “Jij bent mijn dochter niet en het was niet mijn schuld dat mijn kleine meid bij mij weg is genomen. Ik heb overal gezocht, maar liep steeds op een dood spoor”. Anita onderbrak: “We zitten nu ook op een dood spoor…We moeten toch de dader zien te pakken?….Dat ben je toch verplicht aan de nabestaanden?….Dan kun je toch niet achterover hangen?…….Misschien…..Misschien………Had je 24 jaar geleden in een vliegtuig moeten stappen……Misschien heb jij je zoektocht door je stijve kop wel gestaakt”. De Vos keek haar aan: “Het is goed dat ik niet mee ga, ik ga werk weigeren ten koste van mijn baan en ik heb jou wijsheid daar niet bij nodig”. De Vos liep weg en Anita zakte onderuit op de bank.

De Vos zat achter zijn bureau en zei niets, hij gunde Anita geen blik. Anita was helemaal stuk en gebroken, ze was bij Marcel geweest en had haar verhaal gedaan. Marcel van Leeuwen stond nu ineens met de rug tegen de muur, want in feite moest hij vroegtijdig overgaan tot ontslag. En een fijne werknemer vlak voor zijn VUT nog ontslaan, deed hem pijn. Of had Marcel een plannetje bedacht? De schoonmaakster Gerda kwam binnen en begon gelijk vrolijk met De Vos te babbelen.”Goh…De Vos wat heb ik gehoord? Jij gaat mij volgende week helpen met WC’s schoonmaken? Dat vind ik nu een eer, wil je mij dan je zaken vertellen die je hebt opgelost, ooooh wat lijkt me het heerlijk…Om je verhalen te horen…Je moet weten, ik ben dol op……crime romans….Oooooh, keek u vroeger ook naar Derrick? Met Harry Klein?….Oooh en Der Alte? (3) ……….Prachtige serie’s. Die serie doet het nu nog veel beter dan CSI…..Nee, dat is niets voor mij…….Oooh, ik weet dat u gescheiden bent…Je kan na mijn werk wel een kopje koffie drinken bij mij………..Kunnen we het wel romantisch maken……..U bent toch al een keertje bij mij geweest? ….Weet je vast nog wel, zo’n vijf jaar geleden…Oh nee, het was zeker al zeven jaar geleden……Och, och wat vliegt de tijd. …..Ik heb dat laatst nog tegen mijn vriendin gezegd…….Waar blijft de tijd”. De Vos keek naar haar en lachte af en toe, maar hij volgde het gesprek niet en zodra hij naar Anita keek, keek Anita snel weer weg. En schoonmaakster Gerda ging gewoon verder: “……..Weet u dat nog? Zeven jaar geleden? Dat je een keertje bij mij was……Ik had toen één heel lief klein tam ratje….Weet je dat nog?” De Vos knikte, maar zei verder niets, maar Gerda praatte gewoon verder:“.….Weet u hoeveel ratjes ik nu in huis heb?……Ik heb er tweeënveertig……Och, valt wel mee toch? …..Heb ik er nu tweeënveertig? Even tellen hoor……Snoopy, Ratje, Blackie, Whitney….Uuh Ringo…..En George…….Ja, die heb ik naar The Beatles genoemd, Paultje en John, zijn vorige maand overleden…..Oh dat was zo zielig…….” De Vos keek Anita aan, maar die deed net of ze er niet was. Ze was druk bezig en hoe De Vos ook probeerde aandacht te trekken, Gerda bleef maar doorzeuren over haar ratjes. De Vos wist het gesprek niet te beëindigen en zocht vergeefs hulp bij Anita, maar Anita hielp hem niet. Op een gegeven moment begon hij na te denken: “Was het dan toch zijn stijve kop die niet wilde? Stelde hij zich aan? Zou het vliegen mee vallen? Toe nou…Anita help mij?", dacht De Vos steeds. Maar Anita liet de oude meester vallen. Het negeren, deed zelfs de oude speurder pijn. De Vos luisterde opnieuw naar Gerda en die was als een stoomtrein aan het woord: “……Had ik Bruintje al gehad? Verhip ik tel maar negenendertig…….Oooh, ik mag me wel schamen…Dat ik ze niet uit het hoofd weet …….Nou meneer De Vos lijkt me leuk om met je te mogen  samenwerken …..Ja, het goede nieuws kwam van de commissaris, die zei dat je vliegangst had…….Groot gelijk hoor….Met al die aanslagen. Oooooooh je moet er niet aan denken, veel te gevaarlijk”. De Vos stond op. Gerda keek verschrikt op en vroeg: “Wat is er Sietze?”. De Vos merkte heel sarcastisch op: “Ik denk dat vliegen veiliger is dan een rattenbeet in mijn nek”. Gerda stond verstijfd en Anita keek plotseling omhoog. Gerda was ineens stil en teleurgesteld zei ze: “Ooh, dus u gaat wel vliegen naar New York?……Oooh nou ja jammer ….Plezierige reis dan maar”. En Gerda Williams verliet het kantoor van de oude speurder. Anita keek de oude speurder aan en zei zwaar geëmotioneerd: “Dank je”. De emotie werd Anita teveel, ze pakte haar tas en zei alleen nog maar: “Tot morgen”.

Vrijdag 15 augustus. Omstreeks 8.00 uur belde Anita aan bij De Vos. Hij had van Anita een Delsey koffer gekregen. Het deed De Vos wel wat dat hij zo’n dure koffer kreeg van Anita. Maar nu de reis naar Schiphol, en nog erger, naar New York. De Vos had advies van Anita afgeslagen om via de huisarts kalmeringstabletten te laten voorschrijven. Daar voelde de oude speurder zich weer te groot voor. Anita pakte de koffer en legde uit, hoe handig deze was als je op vliegvelden rondreisde. Ze rolde de koffer door de kamer en zei: “Ik breng deze wel naar de auto, paspoort en tickets bij je?” De Vos zei niets en ondertussen deed Anita de koffer achter in haar auto. Ze klapte de achterklep dicht en keek verbaasd naar de voordeur van de oude speurder. Daar kwam Smirre aan lopen, op boerenklompen met de Friese vlag erop. Anita keek even omhoog en zei: “Dit ga je niet menen hé?….Je gaat toch niet zo het vliegtuig in?”. De Vos keek naar Anita en zei vastberaden: “Zeker weten….us mem zei altijd…..Als je onzeker voelt, trek dan in ieder geval kleren aan, waar je…Je goed in voelt en dit geldt ook voor goede schoenen”. Anita zei gelijk: “Ja maar dit zijn klompen en geen schoenen”. De Vos keek haar verbaasd aan, met een blik van, hé wat maak je nu ineens druk en zei: “Ik voel me hier prettig bij en daar in Amerika lopen meer gekken rond dan ik, ik wil mij op mijn gemak voelen en daar mee uit”. Anita kon alleen maar zeggen: “Oh, hier hoor ik niet bij”.

Nadat De Vos en Anita de koffers op de band hadden gezet bij balie 14 mochten ze zo door de douane heen. De Vos fluisterde naar Anita en zei zachtjes: “Waardeloze controle”. Even later liepen ze bij taxfree winkels langs en het was een stom gezicht dat de oude speurder met Friese klompen door de hallen van Schiphol bewoog. Het kon De Vos niets schelen dat mensen hem vreemd aankeken. Anita bewaarde afstand, ze schaamde zich diep. Ze vond het maar gênant om daar naast te lopen. De Vos bekeek de taxfree winkels en mopperde: “Mooi spul hoor, maar nog steeds veel te duur”. Anita stapte op de lange rolbaan, maar De Vos liep er naast en dat maakte nogal kabaal. De Vos keek zijn ogen uit en het benauwde hem al die grote ijzeren vogels. Van zo dichtbij had hij die beesten nog niet benaderd en angstig merkte hij op. “Ze lijken echt op grote vogels”. Op de elektronische borden kon hij de vlucht nalezen. KL0641 vertrek 13.30 uur. Hij nam het rustig in zich op en keek toen naar het KLM toestel. Een grote Jumbo. (5 ) Hij las alles wat er op stond. Boeing 747-400. Gelijk vroeg hij aan Anita: “Hoe blijven die grote dingen op zulke kleine wielen staan? Zakt zoiets niet door?” Anita merkte dat de oude man bloednerveus was, de vragen die hij stelde leken wel afkomstig van een kind. Anita kon het soms niet laten om ook apart te reageren, apart in de zin van, doe normaal, je bent te gespannen. Ze keek ook naar de wielen en zei toen tegen De Vos: “Hoe kan een ijzeren boot drijven? Die zakt toch meteen naar de bodem?”. De Vos keek Anita aan zo van, doe normaal, maar hij besefte zelf niet dat hij ook vragen stelde, die in feite er helemaal niet toe deden. Anita, tikte De Vos op de schouder en zei: “Kijk, daar komt de bemanning”. De Vos zag twee mannen in keurige pakken aankomen gevolgd door stewardessen met mantelpakjes aan en allemaal een opgestoken knot in het haar. De Vos zei tegen Anita: “Hoe kan het dat al die meiden er hetzelfde uitzien? Is het waar dat ze vaak met al de piloten rommelen?” Anita pruilde haar lippen en zei: “Ik weet het niet, je hoort het wel eens, maar goed dat is denk ik overal hetzelfde…..Ja jemig wat een vraag weer…….Weet je niets anders te vragen?”. De Vos ging staan: “Ik moet naar de pot, ben zo terug”. Even later liep de oude meester bloednerveus heen en weer, totdat Anita wenkte en streng tegen De Vos zei: “Nu ga je naast me zitten en blijf je zitten….Ik word crazy van dat klompengeluid”. De Vos zat weer naast haar en vroeg: “Wij vertrekken om half twee, hoe laat zijn we dan in New York?” Anita keek op haar horloge en zei: “Als ik het zo even uit mijn hoofd doe, om half drie of half vier”. De Vos blies in zichzelf zodat zijn wangen bol stonden en blies de adem uit: “Oooh maar één uurtje vliegen”. Anita keek opzij en zei: “Het is zeven uur vliegen, net zolang als de boottocht naar Engeland”.

De Vos mocht van Anita bij het raam zitten en de oude meester begon weer te mopperen: “Krappe stoelen, zeg”. Hij zag het allemaal toe hoe de mensen druk bezig waren om in te stappen en hij ergerde zich aan de hoeveelheid handbagage die ingeladen werd. Voor in het vliegtuig waren twee monteurs druk bezig om nog iets te repareren. De Vos zag de elektrische bedrading eruit steken. Hij kon het niet plaatsen wat ze aan het doen waren, maar durfde Anita ook geen vragen weer te stellen, want zij snauwde hem te vaak af met onzin. Misschien moest hij juist nu wel een vraag stellen en al helemaal toen hij het gesprek van de heren opving: “Ziezo Sjaak, ik knip deze groene draad door, en dan gaan we ff een bakkie doen, dan horen we later wel of het schip is aangekomen”. Zijn collega voegde er nog fijntjes aan toe: “Nou Karel, ik vrees dat jij die blauwe had moeten doorknippen, straks explodeert ie. Ach, gelukkig blijven wij rustig aan de grond. Kom Karel we gaan een bakkie doen”. De Vos keek strak voor zich uit en kon de humor van de heren niet waarderen. Anita deed even haar hand op de knie van De Vos en zei geruststellend: “Het is de DVD speler, is niet ernstig hoor…Ik zet na het eten even mijn laptop aan, dat mag tegenwoordig…..Kunnen we ons voorbereiden op het gesprek met Roger Waters…..Ik kijk er naar uit om die man te ontmoeten…..Ik denk dat hij toch de beste componist ter wereld is”. De Vos merkte gelijk op: “Een half jaar terug had ik gezegd…Luister eens naar de woorden van Syb…Maar nu moet ik je toch vaker gelijk geven……..Wow, we raken los van de slurf…….Oooh mama mia we gaan”. De Vos keek steeds naar buiten en merkte dat het toestel op eigen kracht naar de startbaan reed.

Ondertussen waren de stewardessen druk de veiligheidsvoorschriften aan het uitleggen, maar De Vos negeerde dit, want volgens hem roept zoiets onheil op je af. Via de intercom hoorde hij iets vaags, wat hij hoorde was in feite: “Ready for take off”. Ineens begonnen de vier motoren aan de vleugels lawaai te maken en werd de oude speurder in de rug geduwd en even raasde hij samen met Anita over de Polderbaan zo de lucht in en na een kwartiertje mochten de seatbelts af. De Vos werd kalm en keek steeds naar buiten.

Nadat ze klaar waren met eten en het vliegtuig boven de Atlantische Oceaan vloog, klapte Anita haar laptop open en zei: “Even de mails lezen, handig dat zoiets tegenwoordig kan”.De Vos voelde zich duidelijk beter op zijn gemak. Al die tijd had hij ten onrechte vliegangst gehad en hij was zowaar in slaap gedonderd. Anita begon het forum maar weer eens goed te bestuderen en merkte op dat er een nieuw forumbericht was dat luidde:

“Behind the Ray Ban shine, it looks better on mine”. Anita zat enorm in twijfel wat ze moest doen, de oude speurder wakker maken of laten slapen. Ze besloot om de tekst te onthouden en zodra ze weer aan de grond stonden zou zij het hem wel gaan vertellen.

 

(wordt vervolgd)

 

(1) Koning Boudewijn I. Belgische Koning van 1951 tot 1993.

(2) Atomium. De atoombollen werden ter ere van de wereldtentoonstelling in 1958 geplaatst.

(3) Beroemde Duitse TV politieserie’s.

(4) CSI Crime Scene Investigations. Amerikaanse Tv-serie.

(5) Het vliegtuig Boeing 747 wordt vaak een Jumbo Jet genoemd. Eerste testvlucht was in

     1969. Een jaar later vervoerde het de eerste passagiers.

 

VOORWOORD - HOOFDSTUK 8 - HOOFDSTUK 10

 

Geen spam meer met Anti Spam Web